Waarom de kabel zo belangrijk is
Een laadpaal is de zwaarste verbruiker in de meeste woningen, en vooral de langst werkende: uren aan een stuk op vol vermogen. Een kabel die te dun is voor die belasting warmt op, verliest energie en verkort zijn levensduur, en in het slechtste geval wordt hij een brandrisico. Bij de keuring valt een verkeerde sectie bovendien meteen door de mand. De kabel goed kiezen is dus geen detail maar de kern van de installatie, net als de juiste differentieel.
Vermogen bepaalt de stroom, stroom bepaalt de sectie
Eerst de basis: hoeveel stroom trekt een laadpaal?
- 7,4 kW eenfasig: 32 A over één fase.
- 11 kW driefasig: 16 A per fase.
- 22 kW driefasig: 32 A per fase.
Voor een driefasige lader gebruik je een vijfaderige kabel (drie fasen, nul en aarding), vandaar de notatie 5G. In de praktijk zijn dit de gangbare keuzes voor korte tot normale afstanden:
- 11 kW: 5G6 mm² is de standaard. Strikt genomen kan 16 A per fase op een kleinere sectie, maar 6 mm² geeft reserve, minder verlies en de mogelijkheid om later naar 22 kW te gaan zonder nieuwe kabel.
- 22 kW: minimaal 5G6 mm² bij korte afstanden, al snel 5G10 mm² zodra de afstand oploopt.
- 7,4 kW eenfasig: 3G6 mm² of dikker, want 32 A over één fase is zwaarder dan het lijkt.
Of jouw woning eenfasig of driefasig is aangesloten en wat dat betekent, lees je in enkelfasig of driefasig laden.
Afstand: hoe verder, hoe dikker
Elke meter kabel heeft weerstand, en weerstand betekent spanningsval: aan het einde van een lange dunne kabel komt minder spanning aan dan erin ging. Het AREI en de goede praktijk begrenzen die spanningsval, en dat betekent concreet: vanaf enkele tientallen meters ga je een sectie dikker dan de tabel voor korte afstanden zegt. Een carport op veertig meter van de zekeringkast vraagt al snel 5G10 mm² voor een 11 kW-lader, waar vijf meter in de garage met 5G6 mm² ruim zit.
Ook de ligging telt mee: een kabel in een ingegraven wachtbuis, in isolatie of gebundeld met andere kabels koelt slechter af en wordt strenger beoordeeld dan een kabel in open lucht op een kabelbaan. Daarom rekenen wij de sectie altijd op de effectieve route, niet op de vogelvlucht.
Vuistregel: twijfel je tussen twee secties, neem de dikste. Het prijsverschil per meter is klein, en een kabel vervang je niet zomaar. Te dik bestaat niet, te dun wel.
Eén kabel, één kring, geen aftakkingen
De voedingskabel van een laadpaal loopt rechtstreeks van een eigen automaat in de zekeringkast naar de lader, zonder aftakkingen en zonder tussenliggende stopcontacten. Zo schrijft het AREI het voor en zo blijft de beveiliging eenduidig. Hoe die kring in de kast wordt opgebouwd, met welke automaat en differentieel, lees je in laadpaal aansluiten op de zekeringkast. Is er in je kast geen plaats meer, dan bekijken we dat tijdens het plaatsbezoek: soms volstaat herschikken, soms is de zekeringkast vervangen de verstandigste keuze.
Wat betekent dit voor je prijs?
De kabel en het bijhorende werk zijn de grootste variabele in de totaalprijs van een installatie. Vijf meter opbouw in de garage of dertig meter sleuf door de tuin: het toestel is hetzelfde, de factuur niet. Daarom staat de kabelroute centraal in ons plaatsbezoek en krijg je nadien binnen 48 uur een offerte met vaste prijs. De volledige prijsopbouw vind je in wat kost een laadpaal thuis, en het volledige plaatsingstraject in laadpaal installeren stap voor stap.