De vraag "hoeveel zonnepanelen heb ik nodig" wordt vaak omgekeerd beantwoord: de verkoper meet het dak op en legt het vol. Dat is niet per definitie fout, maar het juiste vertrekpunt is je verbruik. Sinds het capaciteitstarief en het einde van de terugdraaiende teller draait alles om zelfverbruik: elke kilowattuur die je zelf opwekt én zelf gebruikt, is de meest rendabele. Wie veel meer opwekt dan hij verbruikt, verkoopt het overschot aan een lage injectievergoeding. Reken dus eerst, teken daarna.
De rekensom in drie stappen
Stap 1: ken je jaarverbruik. Dat staat op je eindafrekening of in je Fluvius-portaal. Een gemiddeld Vlaams gezin zit ruwweg tussen 3.000 en 4.000 kWh per jaar; met een warmtepomp of elektrische wagen loopt dat vlot op tot 6.000 à 10.000 kWh.
Stap 2: ken de opbrengst per kilowattpiek. In België levert 1 kWp aan panelen op een goed georiënteerd dak ongeveer 850 tot 950 kWh per jaar. Reken gemakshalve met 900 kWh per kWp; bij een oost-westdak of lichte schaduw hou je beter wat marge.
Stap 3: deel en rond af. Jaarverbruik gedeeld door 900 geeft het benodigde vermogen in kWp. Moderne panelen leveren zo'n 420 tot 450 wattpiek per stuk, dus per kWp heb je iets meer dan twee panelen nodig.
- 3.500 kWh per jaar: ongeveer 3,9 kWp, dus 9 à 10 panelen.
- 5.000 kWh per jaar: ongeveer 5,6 kWp, dus 12 à 13 panelen.
- 8.000 kWh per jaar (met warmtepomp of laadpaal): ongeveer 8,9 kWp, dus 20 à 21 panelen.
Vuistregel: per 1.000 kWh jaarverbruik reken je op 2,5 à 3 hedendaagse panelen. Meer dan 120 procent van je jaarverbruik installeren loont zelden zonder batterij.
Waarom meer niet altijd beter is
Zonder terugdraaiende teller krijg je voor geïnjecteerde stroom een vergoeding die een stuk lager ligt dan wat je voor afname betaalt. Overdimensioneren duwt je zelfverbruikspercentage omlaag: je wekt het meest op wanneer je het minst thuis bent. Er zijn drie manieren om dat te counteren: je verbruik verschuiven naar de zonne-uren, een thuisbatterij die het overschot naar de avond tilt, of slim laden op zonnestroom als je een elektrische wagen hebt. Hou er ook rekening mee dat je opbrengst niet gelijk gespreid is over het jaar: in ons artikel over zonnepanelen in de winter zie je hoe klein het winteraandeel is, en waarom je installatie dus niet op december mag gedimensioneerd zijn.
Wat het dak en de omvormer bepalen
Pas na de rekensom komt het dak. Oriëntatie, hellingshoek, schoorstenen en dakkapellen bepalen hoeveel van je gewenste vermogen er effectief op kan, en in welke configuratie. Ook het type paneel speelt mee: panelen met een hoger vermogen per vierkante meter halen meer uit een klein of versnipperd dak. De omvormer moet bij het paneelvermogen passen; bij een complex dak met meerdere oriëntaties is de keuze tussen micro-omvormers of een string-omvormer vaak belangrijker dan het merk van de panelen. En check ten slotte je aansluiting: bij grote installaties met laadpaal en warmtepomp is soms een verzwaring van de aansluiting nodig.
Eerlijk gezegd: wij plaatsen ze niet
Voor de duidelijkheid: Wattra plaatst geen nieuwe zonnepaneleninstallaties. Wij herstellen en vervangen onderdelen van bestaande installaties, van omvormer tot bekabeling, en dat voor elk merk. Deze rekengids is dus geen verkooppraatje: voor de plaatsing zelf verwijzen we je door naar een gespecialiseerde installateur. Waar wij wél mee helpen: je bestaande installatie weer op volle kracht krijgen voor je over uitbreiding nadenkt, de keuring en Fluvius-aanmelding in orde brengen, en het hele plaatje bekijken met batterij en laadpaal erbij. Vaak blijkt dat een gezin geen groter dak nodig heeft, maar een gezonde omvormer en een slimmere verdeling van het verbruik.