Welke installaties horen bij de gemene delen?
Alles wat elektrisch is en niet achter de teller van een individuele bewoner zit, hoort bij de gemene delen: de verlichting van traphal, gangen, kelder en parking, de noodverlichting, de videofonie en het belbord, de automatische garagepoort, de lift en zijn machinekamer, de gemeenschappelijke stopcontacten en de pomp in de kelder. Die installatie draait op de gemene teller en valt onder de verantwoordelijkheid van de VME.
Het AREI, het algemeen reglement op de elektrische installaties, legt voor dat soort installaties een periodieke controle door een erkend keuringsorganisme op. Als vuistregel geldt een keuring om de vijf jaar voor huishoudelijke laagspanningsinstallaties, waar de gemene delen van een woongebouw doorgaans onder vallen. De exacte periodiciteit kan afwijken naargelang het type installatie, bijvoorbeeld bij aanwezigheid van een hoogspanningscabine of specifieke technische ruimtes. Het keuringsverslag zelf vermeldt altijd de datum waarop de volgende controle uiterlijk moet gebeuren: dat is de datum die je als syndicus in je agenda zet.
Wat de keurder concreet controleert
Een periodieke keuring is geen steekproef maar een systematische controle van de hele installatie. De keurder gaat onder meer na:
- Het verdeelbord: zijn de differentieelschakelaars aanwezig en werken ze, kloppen de zekeringen met de kabelsecties, is het bord afgeschermd en gelabeld?
- De aarding: is er een deugdelijke aardverbinding en zijn de metalen delen correct geëquipotentialiseerd?
- Kabels en leidingen: geen beschadigde isolatie, geen losse dozen, geen verboden verbindingen in kroonsteentjes achter een plafondplaat.
- De schema's: zijn het eendraadschema en situatieschema aanwezig en actueel? Dit is bij oudere gebouwen de meest voorkomende inbreuk.
- Specifieke ruimtes: vochtige kelders, tellerlokalen en buiteninstallaties krijgen extra aandacht.
Het resultaat is een verslag met ofwel een conforme installatie, ofwel een lijst inbreuken met een termijn om ze weg te werken. Die termijn hangt af van de ernst; het verslag vermeldt hem expliciet. Bij twijfel over de interpretatie is de keurder zelf het beste aanspreekpunt.
Negatief verslag: zo pak je het als syndicus aan
Een verslag met inbreuken is geen ramp, wel een opdracht met een deadline. Onze aanpak voor VME's is erop gebouwd om dat traject zonder tweede zit af te ronden:
- Plaatsbezoek en offerte binnen 48 uur: wij vertalen elke inbreuk uit het verslag naar een concrete herstelling met een vaste prijs, klaar om voor te leggen aan de algemene vergadering.
- Uitvoering met verslag: per interventie krijg je een verslag, en per gebouw houden wij één logboek bij. Zo weet elke volgende keurder of technicus wat er gebeurd is.
- Herkeuring: na de werken laat je de installatie opnieuw keuren binnen de opgelegde termijn. Wij stemmen de planning daarop af zodat de herkeuring in één keer lukt.
Vuistregel uit de praktijk: de duurste inbreuk is de inbreuk die blijft liggen. Kleine gebreken die jaren aanslepen, groeien uit tot een volledige bordvervanging.
Verder kijken dan het verslag
Een keuring is een momentopname van veiligheid, geen advies over efficiëntie. Toch is het keuringsmoment een uitstekende aanleiding om de installatie breder te bekijken. Hangt de traphal nog vol oude TL-armaturen, dan is een relamping met een korte terugverdientijd vaak een logische volgende stap. Vragen meerdere bewoners naar een laadpunt, lees dan hoe het recht op een laadpunt in een appartement werkt en wat een collectieve aanpak oplevert.
Op onze pagina's over elektrische keuring en periodieke controles lees je hoe wij het volledige traject begeleiden, van voorbereiding tot herkeuring. En op onze VME-pagina vind je hoe wij samenwerken met syndici in heel het Waasland, van Linkeroever tot Lochristi. Voor kleinere herstellingen tussendoor rekenen we €55 per uur op weekdagen van 08:00 tot 17:00 (excl. btw), met een vaste verplaatsingskost per gemeente en €15 administratiekost; voor conformzettingen krijg je altijd een vaste offerteprijs.