Lumen: hoeveel licht je krijgt
Vroeger kocht je licht in watt: een 60 watt-lamp gaf nu eenmaal een gekende hoeveelheid licht. Bij LED zegt het wattage vooral iets over het verbruik, niet over de lichtopbrengst. Daarvoor dient de lumenwaarde op de verpakking. Als geheugensteun voor wie de oude gloeilampen nog kent:
- circa 470 lumen komt overeen met een oude 40 watt-lamp;
- circa 800 lumen met een oude 60 watt-lamp;
- circa 1.500 lumen met een oude 100 watt-lamp.
Voor een woonkamer reken je grofweg op een paar honderd lumen per vierkante meter, verdeeld over meerdere lichtpunten. Eén sterke lamp in het midden van het plafond geeft nooit gezellig licht: beter drie of vier zwakkere punten dan één schijnwerper. In een bureau of keuken mag het totaal hoger liggen, in een slaapkamer lager. En kijk bij spots ook naar de stralingshoek: een smalle bundel zet een accent, een brede bundel verlicht een ruimte. Twee keer dezelfde lumenwaarde kan daardoor totaal anders aanvoelen.
Kelvin: welke kleur je licht heeft
De kleurtemperatuur in kelvin bepaalt de sfeer, en het is de specificatie waar het vaakst mee gemist wordt. Hoe lager het getal, hoe warmer en geler het licht; hoe hoger, hoe witter en koeler.
- 2200 tot 2700 K: warm, gelig licht. Voor woonkamer, slaapkamer en elke plek waar je wil ontspannen.
- 3000 K: warmwit met iets meer frisheid. Prima allrounder voor hal, keuken en badkamer.
- 4000 K: neutraal wit. Voor werkplekken, garage, berging en wasplaats.
- 5000 K en hoger: koud daglicht. In een woning zelden op zijn plaats, hooguit boven een werkbank.
Vuistregel: koop binnen één ruimte altijd dezelfde kelvinwaarde. Twee spots van 2700 K naast één van 4000 K vloekt harder dan eender welke verkeerde lumenwaarde.
Kijk daarnaast even naar de kleurweergave-index (CRI of Ra): een waarde vanaf 80 is degelijk, vanaf 90 zien kleuren van hout, textiel en huid er natuurlijk uit. Het prijsverschil is klein, het verschil in beleving groot.
Dimbaarheid: waar het meestal misloopt
Dimbare LED is de grootste bron van frustratie: geflikker, gebrom, lampen die niet lager willen dan halfweg of net uitvallen op de laagste stand. De oorzaak zit bijna altijd in de combinatie van lamp en dimmer, niet in één van beide apart.
- Koop alleen lampen waar uitdrukkelijk dimbaar op staat. Een niet-dimbare LED op een dimmer gaat stuk of flikkert.
- Oude dimmers voor gloei- en halogeenlampen zijn vaak niet geschikt: hun minimumvermogen ligt te hoog voor zuinige LED. Een moderne LED-dimmer (meestal het type trailing edge) lost dit op.
- Check de compatibiliteitslijsten van de dimmerfabrikant, of hou het bij combinaties die je installateur al kent.
- Overweeg je meer dan een paar dimpunten, kijk dan meteen naar slimme sturing: dimmen via domotica omzeilt veel klassieke dimmerproblemen. Lees ook ons artikel over starten met domotica.
Per ruimte gedacht, niet per lamp
De beste resultaten komen niet van betere lampen maar van een beter plan: welke zones wil je verlichten, waar schakel je, wat dimt en wat niet. Wie renoveert of bouwt, legt dat best vast voor de bekabeling ligt. Wattra werkt daarvoor met een LED-verlichtingsplan: per ruimte de lichtpunten, kleurtemperaturen en sturing, afgestemd op je installatie. Ook buiten loont dat denkwerk, van gevel tot terras: zie buiten- en tuinverlichting.
Voor bedrijven en gemene delen van gebouwen geldt dezelfde logica op grotere schaal: bestaande armaturen vervangen door LED verdient zich terug via het verbruik. Daarvoor verwijzen we naar relamping voor KMO's. En vervang je toch armaturen aan het plafond, dan is dat een goed moment om meteen te checken of je lichtkringen en verbindingen nog in orde zijn: onze elektriciteitswerken nemen dat mee in één beweging.