Wat is spreidingsweerstand?
Je aarding is een geleidende verbinding tussen je installatie en de bodem: een aardingslus of aardingspin in de grond. De spreidingsweerstand is de weerstand die een foutstroom ondervindt om via die elektrode in de omliggende bodem te verdwijnen. Hoe lager de waarde, hoe makkelijker de stroom wegvloeit en hoe sneller je differentieelschakelaar een fout opmerkt en uitschakelt. Waarom dat duo van aarding en differentieel zo belangrijk is, lees je in ons artikel aarding uitgelegd.
De waarde hangt af van de elektrode zelf, maar ook van de bodem errond: vochtige kleigrond geleidt goed, droge of zanderige grond veel minder. Daarom kan dezelfde pin in de ene tuin uitstekend meten en in de andere tegenvallen, en kan de waarde in een droge zomer hoger liggen dan in een natte winter.
Hoe wordt een aarding gemeten?
De meting gebeurt met een aardingsmeter, een toestel dat een kleine meetstroom door de bodem stuurt en daaruit de weerstand berekent. Belangrijk is dat de aardelektrode tijdens de meting even losgekoppeld wordt van de rest van de installatie. Dat gebeurt aan de aardingsonderbreker: het meetpunt tussen je elektrode en je verdeelbord. Blijft die verbinding dicht, dan meet je ook alle andere paden naar de grond mee, zoals metalen leidingen, en lijkt de aarding beter dan ze is.
Afhankelijk van de situatie meet de elektricien of keurder met hulppinnen in de tuin of met een meetmethode via het net. Na de meting gaat de aardingsonderbreker meteen weer dicht: open is een meetstand, geen gebruiksstand. Bij de elektrische keuring is deze meting een vast onderdeel; de keurder noteert de gemeten waarde in zijn verslag. Maar je hoeft niet op de keuring te wachten: ook vóór een verkoop, na een verbouwing of gewoon bij twijfel is een meting een kleine moeite die veel onzekerheid wegneemt.
Welke waarden gelden, op hoofdlijnen
De exacte grenswaarden en hun toepassing zijn vastgelegd in het AREI en de beoordeling gebeurt door de keurder, maar op hoofdlijnen komt het hierop neer:
- Onder 30 ohm: algemeen aanvaard als een goede aarding. Dit is de waarde waar je bij een nieuwe of herstelde aarding op mikt.
- Tussen 30 en 100 ohm: de aarding kan aanvaard worden, maar er gelden bijkomende eisen voor de differentieelschakelaars in je installatie. De keurder beoordeelt of jouw bord daaraan voldoet.
- Boven 100 ohm: de aarding voldoet niet en wordt afgekeurd. Ze moet verbeterd worden vóór de herkeuring.
Vuistregel: mik niet op net onder de grens, maar comfortabel eronder. Een aarding die in een natte winter 28 ohm meet, kan in een droge zomer boven 30 uitkomen.
Let wel: dit is de grote lijn, geen keuringsverslag. Hoe de waarden in jouw concrete situatie toegepast worden, met welke differentieelschakelaars en voor welk type installatie, bepaalt het erkend keuringsorganisme aan de hand van het AREI.
Wat doe je bij een te hoge waarde?
Een te hoge spreidingsweerstand is bijna altijd op te lossen zonder breekwerk. De klassieke stappen, van klein naar groot:
- De aansluiting nakijken. Soms zit het probleem niet in de grond maar in een geoxideerde klem of een slechte verbinding aan de aardingsonderbreker.
- Extra aardingspinnen bijplaatsen. Meerdere pinnen op afstand van elkaar, onderling verbonden, verlagen de weerstand stap voor stap tot de meting voldoet.
- De elektrode vervangen. Een doorgeroeste pin herstel je niet; die vervang je door een nieuwe, eventueel dieper of op een vochtiger plek.
Staat je aarding als inbreuk in een keuringsverslag, volg dan ons stappenplan na een afkeuring. Wattra, erkend installateur uit Sint-Niklaas, meet je aarding, verbetert ze tot ze conform meet en plant de herkeuring mee in, in heel het Waasland. Binnen 48 uur na het plaatsbezoek krijg je een offerte met vaste prijs. En meet je aarding gewoon goed, dan zeggen we dat ook.